Van innoveren in de chemie word je niet zomaar rijk

Uit agrarische producten kun je talloze chemische producten maken. Zoveel is wel duidelijk als je de initiatieven van Wendelin op een rij zet. Als chemicus en voormalig boer wordt directeur Sieb Doorn gedreven door het bedenken en uitstippelen van groene routes die anderen onmogelijk achten. Het succes staat of valt met doorzettingsvermogen en de bereidheid om alle opbrengsten weer in het bedrijf te stoppen.

Vanuit de controlekamer houdt de operator beneden in de hal twee, op enorme koektrommels lijkende zeven in de gaten die driftig heen en weer schudden. De inhoud van deze zeven bestaat uit geelgekleurd aramidepoeder, dat via en buis wordt aangevoerd vanuit omgekeerde achthoekige kartonnen dozen. Het gezeefde aramidepoeder, inmiddels vijf keer zo fijn als bij binnenkomst, vervolgt zijn weg naar een droger en eindigt in donkerrode tonnen met beige deksel en Twaron-sticker. Het slijtvaste en wrijving verlagende polymeer voor technische polymeren als nylon en polypropyleen staat klaar voor verzending naar Teijin Aramid.

Weerhaakjes

“Met die ene zeef is het ooit begonnen”, vertelt Sieb Doorn, wijzend op de kleinste trommel. “Het ziet er simpel uit. Dat is het niet. Het is alsof je een wokkel met weerhaakjes door een nylonkous probeert te halen, maar dan op microschaal. Dat is ons gelukt en daar zijn ze bij Teijin heel blij mee.” Deze productiehal in het Oost-Groningse Spijk produceert slechts zo’n 100 ton per jaar. “Dat geeft wel aan hoe complex het proces is.”

Het aramidepoeder is op dit moment het belangrijkste product dat Wendelin zelf produceert. Daarnaast zeeft, droogt, verpakt, maalt en mengt Wendelin voor andere bedrijven maar ook steeds meer voor eigen ontwikkelde producten. Als het goed is, komt dit jaar een aantal producten uit zijn laboratorium op de markt.

Supersterke vezel

Ideeën genoeg. Voordat Doorn op 52-jarige leeftijd Akzo Nobel verliet, had hij jarenlang ruimte gekregen om nieuwe dingen te ontwikkelen en deskundigheid op te bouwen als R&D manager en als hoofd van de proeffabriek voor aramidepolymeer, waarmee een supersterke vezel wordt geproduceerd uit aromatische monomeren. Akzo zag eind jaren ’90 echter geen commercieel heil in deze innovatieve en daarmee risicovolle onderneming. Doorn zag daarna de weg open om als zelfstandig ondernemer aan de slag te gaan en daarmee was Wendelin een feit.
Het bood hem meteen de kans om groene routes te bedenken voor nieuwe chemische producten. “Ik stam uit agrarische voorouders. Mijn grootouders waren kweker en landbewerkers en zelf heb ik ook groenten en bloembollen gekweekt.” Omdat het niet haalbaar bleek aan de eisen van supermarkten en noodzakelijke schaalgrootte te voldoen, is Doorn daarmee opgehouden.

Groen bloed

Het groene bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en dus hebben de meeste projecten een agrarische link: de productie van biomethanol of oplosmiddelen uit het agrarische restproduct glycerine, de extractie van inuline uit witlofpennen om o.a. daarmee de beergeur uit varkensvlees te halen, de productie van de etheenblokker 1-MCP tegen het afrijpen van fruit en ontwikkelingsregulatie van bloembollen tijdens de opslag, actieve kool om bruinverkleuring van tulpenwortels tegen te gaan tijdens de bloementrek, geleermiddel om tijdelijk boorputten af te dichten, negatieve oplosmiddelen om zouten te winnen of efficiënt afvalwater te zuiveren. Noem maar op. Zolang het maar een natuurlijke organische grondstof of energiebesparend is, ziet Doorn er wel wat in.

Laboratorium

Het epicentrum van al deze innovaties ligt een paar kilometer verderop, in Farmsum tegen Delfzijl aan. In het laboratorium van Wendelin staat een enorme verzameling analyseapparatuur, gaschromatografen, industriële magnetrons, cyclonen, reactorvaten, flessen in zuurkasten, slangetjes, reageerbuisjes, oplosmiddelen en wat al niet. Kortom, alles wat nodig is om research te kunnen uitvoeren. “Hier staat al gauw voor een miljoen euro aan apparatuur”, illustreert Doorn het kapitaal dat nodig is om als innovatieve ondernemer in de chemie van start te gaan. “En dan proberen we nog zo goedkoop mogelijk in te kopen.” In dit laboratorium worden de meest uiteenlopende scheikundige proeven gedaan. Doorn is ervan overtuigd dat je innovatie breed moet aanpakken. “Als je focust op één product en daar al je geld en energie in stopt, red je het niet.”

Doorgewinterd

Als doorgewinterde chemicus en chemisch technoloog is Doorn geen doorsnee ondernemer. Het opschalen van idee naar laboratorium naar pilot naar demonstratie, kent voor hem weinig geheimen. Ook beschikt hij over een uitgebreid netwerk van experts en onderzoekers waar hij in het verleden mee heeft samengewerkt of les aan heeft gegeven. Bovendien is hij een vernieuwend denker en durft ondernemersrisico’s te nemen.

Pure armoede

Toch gaat ook de weg van Wendelin niet over rozen. Het probleem met chemische installaties is dat je zelfs voor een pilot al gauw een installatie van enkele tonnen nodig hebt. Banken doen niet meer aan leaseconstructies en zulke bedragen had ook Doorn niet op de plank liggen. “Innoveren in de chemie is pure armoede”, verzekert Doorn. “Je wordt er maar zo niet rijk van. Je moet bereid zijn alles wat je verdient weer in het bedrijf te stoppen. Wat mij drijft is het leveren van een bijdrage aan een duurzame samenleving door groene routes te ontwikkelen voor (nieuwe) chemische producten of door het ontwikkelen van energiezuinige processen.”

Tegenslagen

De nodige dosis doorzettingsvermogen en optimisme is onmisbaar. Niet alle innovaties zijn een succes. “Omdat de overheid bijvoorbeeld zijn rug niet recht houdt.” Zo is het door Doorn ontwikkelde proces voor groene methanol uit glycerol na acht jaar in 2015 bij BioMCN gestopt. Het idee werd in 2005 zowel met scepsis als me enthousiasme ontvangen. “Het streven om benzine tot 20% met biobrandstof bij te mengen, is onder druk van oliemaatschappijen echter verlaagd naar maximaal 7%. Dat was funest.”

Prijsexplosie

Bovendien steeg de prijs van ruwe glycerine zeer plotseling naar het drievoudige ten opzichte van 2006. “Ruwe glycerine en tapioca worden allebei gebruikt als veevoer en zijn onderling uitwisselbaar. Het is overigens verbazingwekkend dat ruwe glycerine in veevoer mag worden toegepast met al zijn onzuiverheden zoals biodiesel.” Toen de tapiocaoogst in Thailand door de wolluis mislukte, steeg de prijs van glycerine ook zodanig dat, hoewel groene methanol tweemaal zo duur was op de markt als traditionele methanol, deze toch niet meer lonend kon worden geproduceerd. “De expertise is er nog steeds”, vervolgt Doorn, “dus ik kan de productie zo weer opstarten. Onze interesse voor glycerol is ook gebleven. Sterker nog, dit jaar begin ik de bouw van een fabriek om ruwe glycerine bij lagere temperaturen te zuiveren.”

InnovatieLink

Doorn heeft alles zelf opgebouwd. Om aan voldoende financiële middelen te komen heeft hij veel baat gehad bij de expertise van Elzo de Lange, destijds werkzaam als adviseur en nu als innovatiemanager bij InnovatieLink, een initiatief van de topsectoren energie en chemie om ondernemers te helpen innoveren. De Lange heeft hem geholpen bij het identificeren en de selectie van de juiste kanalen en aanvragen. “Dat is veel werk en betekent veel administratie, waar je als innoverend bedrijf liever niet mee bezig wilt zijn. Voor elke nieuwe technologie moet je je weer andere fondsen aanboren”, weet De Lange. Daarnaast is het voor kleine ondernemers lastig om voldoende bekendheid te genereren. Daarom heef InnovatieLink hem uitgenodigd om in Veldhoven tijdens het chemisch wetenschappelijke congres Chains zijn bedrijf te presenteren. “Daar was ik heel blij mee. Het was goed om een geïnteresseerd publiek te ontmoeten met een aantal interessante contacten met onderzoekers en potentiële klanten als resultaat.”
Veelbelovend jaar

Jaar van de doorbraak

2016 moet het jaar van de doorbraak worden. “Het zou weleens een heel mooi jaar kunnen worden”, denkt Doorn. “Veel dingen zijn in een afrondende fase: een fabriek voor het zuiveren van glycerine en de productie van 1-MCP voor de houdbaarheid van fruit. En binnen twee jaar volgen de inulineproductie uit witlofpennen en oplosmiddelen uit glycerolderivaten.”